Bruto-netto berekenen
Vul je brutoloon per maand in en zie wat er netto overblijft na loonheffing en heffingskortingen.
- Brutojaarloon
- —
- Vakantiegeld (los, in mei)
- —
- Loonheffing vóór kortingen
- —
- Algemene heffingskorting
- —
- Arbeidskorting
- —
- Loonheffing per jaar
- —
- Netto per jaar
- —
- Gemiddelde belastingdruk
- —
Indicatieve schatting voor 2026. Gebruikt de schijven van box 1 (35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426, daarboven 49,50%), de algemene heffingskorting (maximaal € 3.115, afbouw 6,398% vanaf € 29.736) en de arbeidskorting (maximaal € 5.685, afbouw 6,510% vanaf € 45.592). Niet meegerekend: pensioenpremie, bijtelling voor een leaseauto, de 30%-regeling, alleenstaande-ouderkorting, toeslagen en aftrekposten zoals hypotheekrente. Je loonstrook blijft leidend.
Waarom netto in Nederland anders werkt dan in België
In België gaat er eerst een aparte sociale bijdrage van je loon af en pas daarna belasting. Nederland doet dat in één keer: de premies volksverzekeringen zitten al verwerkt in de tarieven van box 1. Wat er van je loon af gaat, heet daarom simpelweg loonheffing — één inhouding in plaats van twee.
Daar staat tegenover dat Nederland met heffingskortingen werkt: kortingen die rechtstreeks van je belasting af gaan, niet van je inkomen. Dat maakt het verschil groter dan het lijkt. Een korting van € 1.000 op je belasting is namelijk veel meer waard dan een aftrekpost van € 1.000 op je inkomen.
Hoe de berekening verloopt
Eerst wordt je brutojaarloon door de schijven gehaald. In 2026 betaal je 35,75% over de eerste € 38.883, daarna 37,56% tot € 78.426, en 49,50% over alles daarboven. Die schijven zijn progressief: kom je in de hoogste schijf, dan betaal je dat tarief alleen over het deel erboven, nooit over je hele loon.
Van dat bedrag gaan vervolgens twee kortingen af. De algemene heffingskorting bedraagt maximaal € 3.115 en bouwt vanaf een inkomen van € 29.736 af met 6,398% per euro, tot nul bij € 78.426. De arbeidskorting is er alleen voor wie werkt, loopt op tot € 5.685 rond een inkomen van € 45.592, en bouwt daarboven af met 6,510%. Wat overblijft is je loonheffing; bruto min loonheffing is je netto.
Waarom een opslag netto zo tegenvalt
Tussen ongeveer € 45.000 en € 78.000 bruto zit je in een zone waar drie dingen tegelijk gebeuren: je betaalt 37,56% schijftarief, je algemene heffingskorting bouwt af met 6,398%, én je arbeidskorting bouwt af met 6,510%. Opgeteld levert elke extra euro daar een effectieve druk van ruim 50% op — hoger dan de hoogste schijf zelf.
Dat is ook de verklaring voor het beruchte bijzonder tarief op je vakantiegeld en je bonus. Dat percentage is geen straf op eenmalige uitkeringen, maar simpelweg je werkelijke marginale druk inclusief die kortingsafbouw. Je krijgt het te veel ingehouden bedrag terug bij je aangifte als het achteraf te hoog blijkt.
Wat er nog bij je loonstrook komt kijken
Deze berekening toont de kern. Op je echte loonstrook staan vaak nog een pensioenpremie (die van je bruto af gaat vóór de belasting, en je netto dus verlaagt maar je belasting ook), een bijtelling als je een leaseauto rijdt, en eventueel de 30%-regeling als je uit het buitenland komt.
En buiten je loonstrook om spelen toeslagen mee: zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag zijn inkomensafhankelijk en bouwen af naarmate je meer verdient. Voor lagere inkomens kan een loonsverhoging daardoor netto minder opleveren dan verwacht, omdat er tegelijk toeslag wegvalt.
Waar moet je op letten?
- Vul je brutoloon per maand in zoals het op je contract staat, zonder vakantiegeld — dat vink je apart aan.
- Heb je een tweede baan? Zet loonheffingskorting daar op 'nee'. Twee keer dezelfde korting krijgen betekent later bijbetalen.
- Tussen ongeveer € 45.000 en € 78.000 bruto ligt je marginale druk boven de 50% door de afbouw van beide heffingskortingen.
- Pensioenpremie staat hier niet in. Die verlaagt je netto, maar ook je belastbaar loon — het netto-effect is dus kleiner dan de premie zelf.
- Kijk voor je koopkracht niet alleen naar netto loon maar ook naar toeslagen: die bouwen af naarmate je meer verdient.
Veelgestelde vragen
Wat is loonheffing precies?
Loonheffing is de verzamelnaam voor loonbelasting én premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz), die in Nederland samen in één tarief zitten. Je werkgever houdt het in en draagt het af als voorschot op je inkomstenbelasting.
Wat is het verschil tussen algemene heffingskorting en arbeidskorting?
De algemene heffingskorting krijgt iedereen met inkomen, tot maximaal € 3.115 in 2026. De arbeidskorting is er alleen voor wie werkt en loopt op tot € 5.685. Beide gaan rechtstreeks van je belasting af en bouwen af naarmate je meer verdient.
Moet ik loonheffingskorting aan of uit zetten?
Aan bij de werkgever waar je het meeste verdient, uit bij een tweede baan. Zet je hem overal aan, dan krijg je de kortingen dubbel toegepast en moet je bij je aangifte een fors bedrag terugbetalen.
Waarom is het bijzonder tarief op mijn vakantiegeld zo hoog?
Omdat het je werkelijke marginale druk weergeeft: het schijftarief plus de afbouw van je heffingskortingen. Tussen ongeveer € 45.000 en € 78.000 loopt dat op tot boven de 50%. Te veel ingehouden belasting krijg je terug bij je aangifte.
Krijg ik in Nederland ook vakantiegeld?
Ja, wettelijk minimaal 8% van je brutojaarloon, meestal uitbetaald in mei. Anders dan het Belgische dubbel vakantiegeld wordt het over je hele jaarsalaris berekend en niet over één maandloon.
Waarom levert een loonsverhoging me netto zo weinig op?
Doordat de extra euro's in je hoogste schijf vallen én je heffingskortingen tegelijk afbouwen. Bij een modaal tot bovenmodaal inkomen houd je van € 100 bruto extra vaak minder dan € 50 netto over, en bij lagere inkomens kan bovendien toeslag wegvallen.