Ovulatie en vruchtbare dagen berekenen
Bereken je vermoedelijke eisprong en vruchtbare periode.
- Vruchtbare periode
- —
Indicatief op basis van een gemiddelde cyclus: de eisprong valt ongeveer 14 dagen vóór je volgende menstruatie, en de vruchtbare periode loopt van ongeveer 5 dagen ervoor tot 1 dag erna. Dit is geen medisch advies en geen betrouwbaar voorbehoedsmiddel.
Hoe de vruchtbare periode werkt
De menstruatiecyclus wordt geteld vanaf de eerste dag van je menstruatie. Halverwege komt de eisprong: een eicel komt vrij en blijft ongeveer twaalf tot vierentwintig uur bevruchtbaar. Dat lijkt een smal venster, maar de vruchtbare periode is in de praktijk breder, omdat zaadcellen tot ongeveer vijf dagen kunnen overleven in het lichaam.
Daardoor loopt de vruchtbare periode van ongeveer vijf dagen vóór de eisprong tot een dag erna. De dagen vlak vóór de ovulatie zijn statistisch gezien de vruchtbaarste — vaak vruchtbaarder dan de dag van de eisprong zelf.
Wanneer ben ik vruchtbaar?
De eisprong valt ongeveer 14 dagen vóór het begin van je volgende menstruatie. Zaadcellen overleven enkele dagen, dus de vruchtbare periode start al zo'n 5 dagen vóór de eisprong en eindigt ongeveer 1 dag erna. Bij een onregelmatige cyclus is dit minder betrouwbaar.
Merk op dat de eisprong geteld wordt vanaf het éínde van je cyclus, niet vanaf het begin. De tweede fase (na de eisprong) duurt bij de meeste vrouwen vrij constant veertien dagen; het is de eerste fase die varieert. Bij een cyclus van 32 dagen valt je eisprong dus rond dag 18, niet rond dag 16.
Signalen die betrouwbaarder zijn dan een kalender
Je lichaam geeft zelf aanwijzingen. Rond de eisprong wordt je baarmoederhalsslijm helderder, rekbaarder en glibberiger — vaak vergeleken met rauw eiwit. Sommige vrouwen voelen een lichte pijn aan één kant van de onderbuik. En je basale lichaamstemperatuur stijgt licht ná de eisprong, wat handig is om achteraf te bevestigen maar niet om vooruit te plannen.
Ovulatietests uit de apotheek meten de LH-piek in je urine, die ongeveer vierentwintig tot zesendertig uur vóór de eisprong optreedt. Dat is doorgaans de betrouwbaarste methode voor thuisgebruik, zeker bij een onregelmatige cyclus. Lukt zwanger worden niet binnen een jaar (of binnen zes maanden als je boven de vijfendertig bent), bespreek het dan met je huisarts of gynaecoloog.
Waar moet je op letten?
- Tel je cyclus vanaf de eerste dag van je menstruatie, niet vanaf het einde ervan.
- De dagen vlak vóór de eisprong zijn vruchtbaarder dan de dag van de eisprong zelf.
- Hou enkele maanden je cycluslengte bij: hoe meer gegevens, hoe betrouwbaarder de schatting.
- Bij een onregelmatige cyclus is een ovulatietest die de LH-piek meet betrouwbaarder dan een kalenderberekening.
- Deze berekening is geen anticonceptiemethode. Gebruik ze niet om zwangerschap te vermijden.
Veelgestelde vragen
Klopt dit bij een onregelmatige cyclus?
Minder goed. De berekening gaat uit van een vaste cycluslengte. Bij sterk wisselende cycli is een ovulatietest of opvolging door een arts betrouwbaarder.
Hoelang overleven zaadcellen?
Tot ongeveer vijf dagen in gunstige omstandigheden. Daardoor kan gemeenschap enkele dagen vóór de eisprong nog tot een zwangerschap leiden, en is de vruchtbare periode breder dan de eisprong zelf.
Kan ik dit gebruiken als anticonceptie?
Nee. Een kalenderberekening is daarvoor veel te onbetrouwbaar: cycli schommelen, en een eisprong kan vroeger of later vallen dan verwacht. Gebruik een erkende anticonceptiemethode en bespreek de keuze met je arts.
Wanneer moet ik een arts raadplegen?
Als het na een jaar proberen niet lukt, of na zes maanden wanneer je ouder bent dan vijfendertig. Ook bij zeer onregelmatige of uitblijvende cycli is een gesprek met je huisarts of gynaecoloog zinvol.