BMI berekenen
Vul je gewicht en lengte in en zie meteen je BMI en in welke categorie die valt.
- Categorie
- —
BMI is een ruwe indicator en houdt geen rekening met spiermassa, lichaamsbouw of leeftijd. Dit is geen medisch advies; raadpleeg bij twijfel een arts.
Wat BMI wel en niet zegt
De Body Mass Index werd in de negentiende eeuw ontwikkeld door de Belgische wiskundige Adolphe Quetelet, niet als medisch instrument maar om bevolkingsgroepen statistisch te beschrijven. Dat is meteen zijn kracht en zijn zwakte: BMI werkt goed om grote groepen te vergelijken, maar zegt over één individu maar een beperkt deel van het verhaal.
De formule kent namelijk maar twee gegevens: je gewicht en je lengte. Ze weet niet of dat gewicht uit spier of uit vet bestaat, en ook niet waar op je lichaam het zit. Terwijl juist dat laatste — buikvet versus vet op heupen en dijen — medisch gezien het meeste uitmaakt.
Hoe wordt BMI berekend?
BMI = gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van je lengte in meter. Iemand van 70 kg en 1,75 m heeft een BMI van 70 ÷ (1,75 × 1,75) = 22,9. Volgens de WHO ligt normaal gewicht tussen 18,5 en 25.
De WHO hanteert vier hoofdcategorieën: onder 18,5 ondergewicht, 18,5 tot 25 normaal gewicht, 25 tot 30 overgewicht en vanaf 30 obesitas. Die grenzen zijn afgeleid uit bevolkingsstudies naar gezondheidsrisico's, maar het zijn statistische drempels, geen scherpe lijnen tussen gezond en ongezond.
Betere aanvullingen dan BMI alleen
Je buikomtrek zegt vaak meer over je gezondheidsrisico dan je BMI. Als richtlijn wordt vaak een grens van 88 cm voor vrouwen en 102 cm voor mannen gehanteerd; daarboven neemt het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 toe, ook bij een BMI binnen de normale zone. Meten doe je staand, op de smalste plaats tussen onderste rib en heupbot, na uitademen.
Voor kinderen en jongeren gelden aparte groeicurves per leeftijd en geslacht — de volwassen grenswaarden zijn er niet op toepasbaar. Ook bij ouderen, sporters met veel spiermassa, en tijdens zwangerschap geeft BMI een vertekend beeld. Deze rekentool is informatief en vervangt geen gesprek met je arts.
Waar moet je op letten?
- Meet je buikomtrek erbij: die zegt vaak meer over je gezondheidsrisico dan je BMI alleen.
- Bij veel spiermassa geeft BMI een te hoge uitkomst — spier weegt zwaarder dan vet bij hetzelfde volume.
- Voor kinderen en jongeren gelden aparte groeicurves per leeftijd en geslacht, niet deze grenswaarden.
- Weeg je steeds op hetzelfde moment van de dag, bij voorkeur 's ochtends na het opstaan.
- Maak je je zorgen over je gewicht? Bespreek het met je huisarts of een diëtist — een getal alleen is geen diagnose.
Veelgestelde vragen
Wat is een gezonde BMI?
Voor volwassenen geldt een BMI tussen 18,5 en 24,9 als normaal gewicht. Onder 18,5 spreekt men van ondergewicht, vanaf 25 van overgewicht en vanaf 30 van obesitas.
Klopt BMI voor iedereen?
Niet altijd. Bij veel spiermassa (sporters) of bij kinderen en ouderen geeft BMI een vertekend beeld. Gebruik het als ruwe indicatie, niet als diagnose.
Waarom is buikomtrek belangrijk?
Vet rond de buik hangt sterker samen met hart- en vaatziekten en diabetes type 2 dan vet elders op het lichaam. Daardoor kan iemand met een normale BMI maar een grote buikomtrek toch een verhoogd risico hebben.
Geldt BMI ook tijdens de zwangerschap?
Nee. Tijdens de zwangerschap verandert je gewicht om redenen die niets met vetmassa te maken hebben, dus de gewone grenswaarden zeggen niets. Je verloskundige of arts volgt je gewichtstoename op met aparte richtlijnen.