Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig?
Bereken hoeveel panelen je nodig hebt om je jaarverbruik te dekken.
- Nodig vermogen (kWp)
- —
- Geschat dakoppervlak
- —
De juiste maat kiezen
Een installatie dimensioneren begint bij je jaarverbruik in kilowattuur. Dat cijfer staat op je jaarafrekening. Vroeger was de vuistregel simpel: leg net genoeg om je verbruik te dekken. Nu de compensatie via de terugdraaiende teller verdwenen is, is een installatie die je eigen verbruik goed dekt zonder massaal te injecteren doorgaans het interessantst.
Denk daarbij vooruit. Komt er een warmtepomp, een elektrische wagen of een airco bij, dan stijgt je verbruik fors — een warmtepomp alleen al voegt makkelijk 3.000 tot 5.000 kWh per jaar toe. Panelen bijleggen achteraf is duurder per kWp dan meteen ruimer installeren, omdat je de vaste kosten van stelling, omvormer en keuring twee keer betaalt.
Hoeveel panelen voor mijn verbruik?
Eerst bereken je het nodige vermogen: jaarverbruik ÷ opbrengst per kWp (in België ongeveer 950 kWh per kWp). Dat vermogen deel je door het vermogen per paneel om het aantal panelen te vinden. Reken per paneel ongeveer 2 m² dakoppervlak.
Een gezin met een verbruik van 3.500 kWh heeft dus ruwweg 3,7 kWp nodig. Bij panelen van 430 Wp komt dat neer op negen panelen, goed voor ongeveer 18 m² dak. Reken bij een plat dak op meer ruimte, omdat de rijen elkaar niet mogen beschaduwen.
Waar je dak de grens trekt
Niet elk dakvlak is bruikbaar. Schaduw van een schoorsteen, een boom of het huis van de buren kost onevenredig veel opbrengst, want bij veel systemen sleept één beschaduwd paneel de hele string mee naar beneden. Optimizers of micro-omvormers lossen dat op, maar kosten extra.
Let ook op de omvormer. Die wordt vaak iets kleiner gedimensioneerd dan het paneelvermogen, omdat panelen hun piekvermogen zelden halen. Een verhouding rond 0,8 tot 0,9 is gebruikelijk en kost je in de praktijk nauwelijks opbrengst. En vergeet de keuring niet: elke nieuwe installatie moet gekeurd worden vóór ze aangesloten wordt.
Waar moet je op letten?
- Kijk vooruit: een warmtepomp of elektrische wagen voegt makkelijk 3.000 tot 5.000 kWh per jaar toe aan je verbruik.
- Achteraf bijleggen is duurder per kWp dan meteen ruimer installeren — de vaste kosten betaal je dan twee keer.
- Beschaduwing kost meer opbrengst dan je zou denken. Vraag naar optimizers of micro-omvormers bij gedeeltelijke schaduw.
- Reken op ongeveer 2 m² per paneel, en op meer bij een plat dak omdat de rijen elkaar niet mogen beschaduwen.
- Controleer of de dakconstructie het gewicht draagt, zeker bij oudere daken of een lichte constructie.
Veelgestelde vragen
Wat is kWp?
kWp (kilowattpiek) is het maximale vermogen van je installatie onder ideale omstandigheden. Tien panelen van 430 Wp geven samen 4,3 kWp.
Hoeveel panelen heeft een gemiddeld gezin nodig?
Bij een verbruik van ongeveer 3.500 kWh per jaar kom je uit op zo'n 3,7 kWp, dus rond de negen panelen van 430 Wp en ongeveer 18 m² dakoppervlak. Met een warmtepomp of elektrische wagen ligt dat een stuk hoger.
Kan ik beter iets meer of iets minder leggen?
Sinds injectie minder oplevert dan zelf verbruiken, heeft fors overdimensioneren minder zin dan vroeger. Maar iets ruimer leggen dan je huidige verbruik is vaak verstandig, omdat elektrificatie van verwarming en vervoer je verbruik de komende jaren doet stijgen.
Hoeveel dakoppervlak heb ik nodig?
Reken ongeveer 2 m² per paneel op een hellend dak. Voor negen panelen is dat rond 18 m². Op een plat dak heb je meer ruimte nodig omdat de panelen op een schuine stelling staan en de rijen onderling afstand moeten houden.